Welke problemen kunnen zich voordoen?

Spraakproblemen

Spraak is volgens het woordenboek: het vermogen tot spreken.
Binnen de logopedie heeft spraak te maken met de besturing van de spieren voor het spreken en met de uitspraak van klanken. Wanneer iemand problemen heeft met de spraak is deze soms slecht of niet verstaanbaar voor zijn omgeving.

Dit kan gelden voor jonge kinderen: ouders kunnen hun 3-jarige niet altijd verstaan, of onbekenden kunnen een 4-jarige niet verstaan. Maar dit geldt ook voor volwassenen: de minister-president spreekt snel en laat lettergrepen weg (broddelen), een schaatser op tv slist, een bekende is ten gevolge van een spierziekte steeds moeilijker te begrijpen.
Of onderzoek en behandeling nodig is, kunt u zien bij de minimum spreeknormen (voor 0-5 jarigen).

Voor meer informatie over spraakstoornissen: nvlf.nl

 

Taalproblemen
Taal zorgt ervoor dat wij met elkaar contact kunnen hebben, onze gedachten en gevoelens kenbaar kunnen maken en duidelijk kunnen maken wat we willen en denken. Voor ieder mens, jong of oud, is taal van groot belang. Taal zorgt ervoor dat wij de enige levende wezens op aarde zijn die hiermee kunnen communiceren. Wanneer iemand problemen heeft met taal staat dit een goede communicatie in de weg.
De taalontwikkeling komt soms laat op gang. Door ontwikkelingsproblematiek, door de talige omgeving, door ziekte. Soms kunnen we de oorzaak niet precies aangeven. De taalontwikkelingsproblemen worden geanalyseerd door de logopedist en geplaatst in de totale ontwikkeling, zonodig in samenwerking met andere deskundigen.

Soms is de taalontwikkeling goed verlopen, maar zien we verlies van taalvermogen door ziekte. Dit komt bijvoorbeeld voor bij neurologisch letsel als gevolg van CVA. De behandeling van communicatieproblemen bij volwassenen vindt soms plaats aan huis.

Voor meer informatie over taalstoornissen: nvlf.nl

 

Auditieve problemen

Gehoorstoornissen beïnvloeden meerdere aspecten van de communicatie. Gehoorstoornissen kunnen allerlei oorzaken hebben en komen zowel bij kinderen als volwassenen voor.

Bij auditieve verwerkingsproblemen zijn er problemen met de auditieve functies. Auditieve functies worden vaak uitgelegd als  “wat we doen met wat we horen”. Oftewel: het verwerken van geluiden, klanken en spraak. Auditieve verwerking wordt omschreven als het mechanisme en de processen van het gehoor welke verantwoordelijk zijn voor het kunnen uitvoeren van: lokalisatie en lateralisatie van geluid (bijv. richtinghoren), auditieve discriminatie, auditieve patroonherkenning, auditief temporele waarneming, verstaan van spraak in achtergrondlawaai en verstaan van onvolledige (laag-redundante) spraak.Bij kinderen met auditieve problemen wordt logopedie ingezet om spraak-taal- en leerproblemen te voorkomen.

Bij hoorproblemen bij ouderen worden ook spraakafzienstrainingen gegeven.

Voor meer informatie over auditieve problemen: nvlf.nl

 

Ademproblemen
Wanneer we niet goed ademen kunnen de volgende problemen ontstaan:
  • Verkeerde spreekadem
    Er wordt verkeerd geademd bij het spreken waardoor mensen ‘achter de adem raken’. Dat betekent dat er langer gesproken wordt dan dat er lucht voor is. Meestal volgt daarna een gespannen en hoorbare manier van inademen om weer voldoende lucht te krijgen. De logopedist leert een goede spreekadem aan, waardoor er beter geademd wordt tijdens het spreken.
     
  • Hyperventilatie
    Bij hyperventilatie wordt er te snel en te oppervlakkig geademd. Hierdoor bevat het bloed te veel zuurstof en te weinig kooldioxide. Verschijnselen van hyperventilatie zijn: duizeligheid, tintelingen in de armen en handen, zweten, hartkloppingen, een drukkend gevoel op de borst en ademnood. De logopedist leert een goede manier van ademen aan, vaak in combinatie met ontspanningsoefeningen.
     
  • Stemproblemen
    Om de stem in goede conditie te houden is het belangrijk dat een goede manier van ademen wordt gebruikt. De adem en de stem zijn zeer nauw met elkaar verbonden. Wanneer er een gespannen of afwijkende manier van ademen voorkomt, heeft dit vaak gevolgen voor de stem. De stem kan daardoor minder goed functioneren en ontstaan er stemklachten. Bijvoorbeeld: snel vermoeide stem, pijn bij stemgeving, heesheidklachten. De logopedist leert een goede adem aan in combinatie met stemoefeningen.
     
  • Longproblemen
    Bij langdurige aandoeningen van de luchtwegen, zoals astma, bronchitis en longemfyseem. De logopedist leert een goede manier van ademen aan, vaak in combinatie met ontspanningsoefeningen.

Voor meer informatie over ademstoornissen: nvlf.nl

 

Stemstoornissen
Wanneer de gedachten zijn omgezet in taal, geven de hersenen een seintje aan de stembanden en de spraakspieren, zodat je kunt spreken. Bij een goed stemgeluid komt veel kijken:
  • houding en adem zijn belangrijk. De logopedist kan helpen bij allerhande stoornissen die invloed uitoefenen op stem of spraak, zoals mondademen, hyperventilatie, ‘hoge’ ademhaling.
  • de stembanden moeten goed functioneren. Door teveel of te weinig spanning in de stemgeving kan stemgebruik zich verkeerd ontwikkelen.

Soms ontstaan door verkeerd stemgebruik knobbeltjes of poliepen op de stembanden, of raken de stembanden geïrriteerd. De stem klinkt dan hees of schor.
Na een operatie of infectieziekte kan een stembandverlamming optreden. De logopedist probeert dan door oefeningen de resterende stemmogelijkheden te optimaliseren.
Na laryngectomie (= operatief verwijderen van het strottenhoofd) kan de logopedist helpen alternatieve spraakmogelijkheden te zoeken en aan te leren (bv slokdarmspraak).

Stemhygiëne    
Voor alle mensen met stemklachten geldt dat het belangrijk is om ´stemhygiëne´ in acht te nemen. Hieronder verstaan we:

  • Stoppen met roken
  • Verminderen of afleren van keelschrapen of kuchen
  • Niet fluisteren
  • Verminderen van  alcoholgebruik
  • Verminderen van schreeuwen en gillen
  • Keel vochtig houden door veel water te drinken
  • Door de neus ademen
  • Stress en spanning proberen te verminderen
Voor meer informatie over stemstoornissen: nvlf.nl 

 

Eet-en drinkproblemen
Eten en drinken is een complex proces waarbij tal van spieren betrokken zijn: hand- en armspieren, gelaats- en kaakspieren, de tong, de keel en de slokdarmspierren. Zwakte – hoe dan ook veroorzaakt – kan eet- en slikproblemen veroorzaken. Wanneer de spieren die het slikken controleren verzwakt zijn, gaat speeksel zich verzamelen in de mond alwaar het kan ‘weglopen’ uit de mond. Het speeksel kan ook terechtkomen in de luchtwegen met verslikking tot gevolg. Dit veroorzaakt vaak grote paniek bij de patiënt en zijn omgeving. Verslikken komt eerder voor bij drinken dan bij het nuttigen van vast voedsel. De kans op verslikken neemt toe bij vermoeidheid, emoties en spreken tijdens eten en drinken. Bij slikproblemen kan onder andere aandacht worden geschonken aan verbetering van de houding en aan het trainen van de spieren die een rol spelen bij het slikproces; samen met de logopedist kan de patiënt leren hoe hij de kans op verslikken zo klein mogelijk kan maken. Verandering van de voedselconsistentie (bijvoorbeeld het indikken van dranken) of aangepast drinkgerei zoals speciale bekers of rietjes kunnen hierbij helpen.

Bij de onderstaande problemen op het gebied van ‘slikstoornissen’ kan logopedische begeleiding zinvol zijn:
Gehemeltespleet/schisis: wanneer een lip-, kaak- en/of gehemeltespleet problemen geeft met het voeden en/of spreken.
Sondevoeding: wanneer de voeding door middel van een slangetje, meestal via de neus, wordt ingebracht. Vaak wordt de logopedist in het ziekenhuis ingeschakeld wanneer besloten wordt van sondevoeding naar orale voeding over te schakelen.
Eet- en drinkstoornissen bij kinderen/volwassenen met hersenletsel: wanneer door de afwijkende werking van de hersenfuncties er niet alleen problemen met de algemene bewegingen (het spiergevoel en de motoriek) zijn, maar ook problemen met de mondfuncties, vooral met slikken.

Voor meer informatie over eet- en drinkproblemen: nvlf.nl

 

Afwijkende mondgewoonten
Afwijkende mondgewoonten zijn gewoonten die negatieve gevolgen hebben voor de gebitsstand, uitspraak en het gehoor. Afwijkende mondgewoonten zijn: mondademen, verkeerd slikken (met de tong tegen de tanden geperst) en duim-, speen en vingerzuigen. Deze gewoonten kunnen het gevolg van elkaar zijn of elkaar in stand houden.

Bij afwijkende mondgewoonten zien we vaak afwijkende articulatie: interdentaliteit door de lage tongligging en onvoldoende kracht bij de lipklanken. 

Bijkomende stoornissen zijn ook: heesheid, kwijlen en nasaliteit.

Voor meer informatie over afwijkende mondgewoonten: nvlf.nl

 

Sensorische Informatieverwerkingsproblemen
Sensorische informatieverwerking (S.I.) is het kunnen opnemen, selecteren en integreren van informatie die via de zintuigen wordt geregistreerd. Om adequaat te kunnen functioneren in het dagelijks leven is het belangrijk dat de zintuiglijke waarnemingen goed door het zenuwstelsel worden verwerkt. De sensorische informatieverwerking speelt een essentiële rol in de algehele ontwikkeling van kinderen, zoals de motorische ontwikkeling, spraaktaalontwikkeling, leerontwikkeling en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Als de sensorische informatieverwerking niet goed verloopt kunnen uiteenlopende en dikwijls verwarrende problemen ontstaan. Kinderen worden bijvoorbeeld door bepaalde zintuiglijke prikkels opvallend druk of reageren fel en emotioneel op prikkels die wij nauwelijks waarnemen, bijvoorbeeld sterk en direct reageren op achtergrondgeluid.

Ook het tegengestelde is mogelijk: Kinderen voelen prikkels nauwelijks en hebben in vergelijking met andere kinderen meer prikkels nodig om adequaat te kunnen reageren en functioneren. Zeslikken bijv. te grote stukken door, of ze voelen niet dat er nog eten rondom of in de mond zit. Omdat er dikwijls geen duidelijke fysieke oorzaken zijn, worden problemen in de sensorische informatieverwerking niet altijd herkend, terwijl ze de ontwikkeling van het kind in al zijn facetten kunnen belemmeren.

Sensorische integratie en logopedie
In de logopedische praktijk worden kinderen aangemeld waarbij de sensorische informatieverwerking zich niet goed ontwikkelt. Dit kan onder andere gevolgen hebben voor de  mondmotorische, taal-  en articulatieontwikkeling, maar ook voor de ontwikkeling van de luistervaardigheden en op het gebied van eten en drinken. We kunnen bij deze kinderen bijvoorbeeld problemen zien bij:

  • Eten : slordig eten, slikken zonder te kauwen, veel morsen, geen stukjes eten
  • Mondgewoonten: kwijlen, veel bijten op kleding
  • Adem: problemen met het regelen van de adem tijdens spreken
  • Spraak: uitspraakfouten en omkeringen binnen het woord ( prateldik = prikkeldraad) , mompelend en binnensmonds spreken, neiging tot een te hoog spreektempo
  • Taal: lange zinnen zijn grammaticaal moeilijk, slordige zinsbouw, moeizame woordvinding
Tijdens het logopedisch onderzoek wordt gekeken naar de wijze en mate van sensorische informatieverwerking in relatie tot de logopedische problemen. Indien van toepassing zal aan de ouders gevraagd worden een oudervragenlijst sensorische prikkelverwerking in te vullen. In de behandeling zal de sensorische informatieverwerking gecombineerd worden met de logopedische oefeningen om tot een zo goed mogelijk resultaat te komen. S.I. therapie vindt op een speelse manier plaats. Indien nodig wordt uitgebreid onderzoek naar de Sensorische Informatieverwerking aangevraagd bij een kinderfysiotherapeut of ergotherapeut.

Voor meer informatie over sensorische informatieverwerking: www.nssi.nl

logopedie en stottertherapie de Streek | Hoofdstraat 207 | 1611 AE Bovenkarspel | 0228-521568 | info@logopediepraktijkdestreek.nl